Dat gebeurde toen ik het plantje naar de vuilnisbak droeg.
Laat me het uitleggen.
Een tijdje geleden kocht ik de online cursus van Lou Niestadt, een Nederlandse multi-creatieve ondernemer.
Ik ben dol op haar werk!
In die cursus zit een experiment waarbij je bonen in twee aparte potten moet planten.
De ene pot wordt gelabeled met ‘goed‘, de andere met ‘slecht‘. Tijdens het experiment moet je de zaden water geven, maar alleen de goede boon mag je aandacht geven.
Na een paar dagen zou je een duidelijk verschil tussen de planten moeten zien.
En dat zag ik. De goede boon groeide snel. De slechte was krom.
Was ik te streng?
Ik had de slechte boon moeten negeren, maar ik was ervan overtuigd dat negeren niet genoeg was. Dus begon ik negatieve gedachten over de plant te vormen, terwijl ik naar de pot staarde.
Na 7 dagen had ik genoeg gezien. Het experiment werkte!
Aandacht is energie. Het maakt niet uit of het met goede of slechte bedoelingen gegeven wordt.
Ik weet niet zeker of mijn kat plotseling telepathie had ontwikkeld, maar toen ik de twee jonge boompjes begon te verwaarlozen, begon ze de blaadjes van de goede bonen op te eten! Binnen de kortste keren was er nog maar een klein stengeltje over.
Maar het vreemdst vond ik dat mijn kat niet eens aan de slechte boon heeft geroken.
Terwijl ik de bonen naar hun laatste rustplaats bracht – de vuilnisbak – keek ik naar de sticker op de doos.
Slecht. Goed.
Hoewel ik de zaailingen al een tijdje geen aandacht meer gaf, bleven ze allebei groeien.
Maar nu zag de slechte boon er zelfs beter uit dan de kaalgevreten goede boon. De stengel was in een artistieke krul gegroeid en de bladeren waren gerafeld en bevlekt, maar toch stond deze meer in bloei dan de goede. En er begonnen zich nieuwe, frisse bladeren te vormen.
Toen drong het tot me door.
Dit pittige plantje had een flinke dosis lef ontwikkeld en gaf me een paar levenslessen:
Je mag vanalles over me zeggen of denken. Het zal pijn doen, maar ik zal groeien, ook al neem ik een vreemde vorm aan. En daarmee bedoel ik: raar en niet mooi genoeg volgens de maatschappelijke normen.
Je kunt me een etiket opplakken, denken dat ik lelijk ben en niet goed genoeg, maar ik ken mijn eigen waarde.
Je kunt me in een hokje stoppen. Maar ik blijf groeien. En uiteindelijk zal ik ook uit dat hokje groeien.
Je mag me in ‘de slechte sectie’ plaatsen, maar ik zal worden wie ik voorbestemd ben te zijn.
Na een welverdiende douche, fluisterde ik het plant toe dat het mooi zou worden, en zette het terug op de vensterbank om van de zon te genieten.

